Apenpokken (mpox)
Het mpoxvirus (voorheen bekend als apenpokken) is met name endemisch in veel landen van West- en Centraal-Afrika, maar sinds begin mei 2022 zijn in meerdere Europese landen eveneens een toename van mpox-gevallen gemeld. In deze themawereld vindt u meer informatie over mpox-gevallen en hoe hiermee binnen de medische instelling kan worden omgegaan.
Wat zijn apenpokken?
Het virus staat officieel bekend als het monkeypox virus, kortweg MPV. Hoewel er tot op heden in Europa weinig gevallen van apenpokken zijn gemeld, volgt het RIVM de uitbraak nauwgezet en analyseert het continu verschillende gegevensbronnen om niet alleen de ontwikkelingen in de gaten te houden, maar ook om het risico voor de bevolking te kunnen inschatten.
Volgens de huidige kennis is de ziekteverwekker een DNA-virus met een envelopmembraan, dat met een grootte van 200 tot 400 nm een van de grootste tot nu toe bekende virussen is. Het lijkt sterk op het variolavirus (pokken in de volksmond) dat in Europa veel voorkomt, maar bij geïnfecteerde mensen meestal tot een milder verloop van de ziekte leidt. Toch is voor het RIVM isolatie bij een bevestigde besmetting momenteel een van de belangrijkste infectiebeschermingsmaatregelen tegen de ziekteverwekker.
Typische symptomen van een apenpokkeninfectie
Naast koorts, koude rillingen en gezwollen lymfeklieren zijn de meest voorkomende symptomen van een infectie met de ziekte ook myalgie, hoofdpijn, vermoeidheid, artralgie en rugpijn. Bovendien moeten vermoedelijke cutane maculopapulaire tot vesiculopustulaire laesies en orale, rectale of genitale enanthemums ook nauwkeuriger worden onderzocht.
Naast de symptomen moet rekening worden gehouden met de anamnese. Als een patiënt in de afgelopen 21 dagen voor het begin van de symptomen nauw contact heeft gehad met een persoon waarvan de besmetting is bewezen dan wel seksueel contact met wisselende partners in het bijzonder of in een bekend endemisch gebied is geweest met mogelijk contact met dieren, wordt een gedetailleerd onderzoek naar de ziekte aanbevolen.
Vaccinatie tegen mpox
Momenteel wordt vaccinatie tegen mpox/apenpokken uitsluitend aanbevolen voor specifieke risicogroepen. Op basis van de risico-batenafweging wordt vaccinatie voor andere bevolkingsgroepen momenteel noch aanbevolen noch noodzakelijk geacht. De STIKO (Ständige Impfkommission) adviseert vaccinatie met Imvanex/Jynneos (Modified Vaccinia Ankara, Bavaria Nordic – MVA-BN).
Er wordt van uitgegaan dat ongeveer 14 dagen na toediening van de eerste vaccindosis een adequate basisbescherming tegen een mpox-infectie aanwezig is. Een tweede vaccindosis dient met name ter verlenging van de vaccinbescherming, zoals bij veel andere vaccinaties tegen overdraagbare aandoeningen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat mpox-vaccinaties om verschillende redenen nooit voor 100% bescherming tegen een infectie bieden.
Mpox-virus in Duitsland
Vanwege een toename van mpox-gevallen in meerdere Afrikaanse staten in 2024, veroorzaakt door mpox-virussen van clade I, heeft de WHO in augustus 2024 een volksgezondheidsnoodsituatie van internationaal belang (PHEIC) voor mpox uitgeroepen. Deze PHEIC stelt de getroffen landen in staat om aanvullende maatregelen te nemen of bestaande maatregelen te intensiveren, zoals het verbeteren van de beschikbaarheid van vaccins, het uitbreiden van diagnostische capaciteiten en het versterken van overige maatregelen op het gebied van de volksgezondheid.
Het RKI schat het risico door clade I-virussen in Duitsland momenteel als laag in, volgt de situatie echter nauwlettend en zal de aanbevelingen indien nodig aanpassen. Zweden meldde in augustus 2024 het eerste bevestigde geval van de nieuwe mpox-variant buiten Afrika.
Overdracht van apenpokken
In de endemische gebieden geldt de overdracht van dier op mens primair als de belangrijkste oorzaak van verspreiding. Overdracht van mens op mens wordt als zeldzaam beschouwd en is uitsluitend mogelijk via direct en nauw contact, bijvoorbeeld door lichaamsvloeistoffen, typische huidafwijkingen of ook in het kader van seksuele handelingen.
Met name huidafwijkingen vertonen een bijzonder hoge virusconcentratie, maar ook bij aspecifieke symptomen zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn is besmetting via uitgescheiden respiratoire secreten mogelijk. Daarnaast wordt overdracht via besmette oppervlakken en textiel als relevant beschouwd, terwijl verdere verspreiding via aerosolen onwaarschijnlijk is. Â
Maar hoe bereikt het virus het menselijk lichaam? De kleinste huidbeschadigingen evenals alle slijmvliezen gelden als ideale toegangspoorten voor het virus. Als besmettelijk worden alle patiënten beschouwd gedurende de volledige periode van een aanwezige symptomatologie. Deze periode kan tussen de twee en vier weken duren. Een verhoogd risico geldt voor alle personen met nauw lichamelijk contact met aantoonbaar geïnfecteerde personen.
Infecties aantonenÂ
Voor een laboratoriumdiagnostische bevestiging van een apenpokkengeval zijn zowel elektronenmicroscopie als nucleïnezuurdetectie, bijvoorbeeld via de PCR-methode of genoomsequencing, beschikbaar. Bij nucleïnezuurdetectie dient te worden beoordeeld of de test specifiek is voor apenpokken of dat uitsluitend orthopokken zijn aangetoond. Als betrouwbaarder geldt het uitvoeren van een test die specifiek gericht is op apenpokken.Â
Preventieve maatregelen tegen het virus
Volgens de huidige stand van kennis biedt de vaccinatie tegen het humane pokkenvirus een hoge mate van bescherming tegen het mpox-virus en leidt deze niet alleen tot mildere symptomen, maar kan deze ook tijdens een acute infectie therapeutisch worden ingezet. Een specifiek tegen apenpokken gericht vaccin bestaat momenteel niet.Â
Voor medisch personeel gelden de volgende hygiënemaatregelen:Â
- Handhygiëne conform de KRINKO-aanbevelingen
- Persoonlijke beschermingsmiddelen (beschermjas, onderzoekshandschoenen, beschermbril en haarkap)
- FFP2-masker bij directe patiëntenzorg conform de arbeidsveiligheidsvoorschriften
- Bij klinische opname bij voorkeur individuele isolatie van met apenpokken geïnfecteerde personen, indien mogelijk met sluisruimte
Antigeentests om te helpen bij de diagnosestelling
Effectieve ontsmettingsmiddelen voor oppervlakken, huid en instrumenten
Om het risico op besmetting en overdracht in klinische ruimtes tot een minimum te beperken wordt desinfectiemiddel met een bewezen, minimaal beperkte virucide werking aanbevolen. Deze inactiveren ook omhulde virussen, zoals het apenpokkenvirus. Ook moet rekening gehouden worden met een strikte naleving van de inwerktijden. Het onderschrijden hiervan kan betekenen dat het virus niet volledig is geïnactiveerd. Alle kamers in medische instellingen moeten worden schoongemaakt en gedesinfecteerd, dit om te vermijden dat de belangrijkste infectieuze deeltjes zich verspreiden.
Geschikte desinfectiemiddelen in onze webshop
Persoonlijke beschermende kleding kopen bij Praxisdienst
Meer informatie vindt u op de officiële website van het RIVM.